fbpx

Vakken Natuurgeneeskunde

HVNA > Natuurgeneeskunde aan de HVNA > Vakken Natuurgeneeskunde

Stel, je gaat natuurgeneeskunde studeren aan de HVNA. Welke vakken krijg je én wat leveren ze je precies op? Wij lichten de vakkenlijst graag toe!

Medische vakken

De medische vakken zijn geïntegreerd binnen je opleiding. Deze vakken samen vormen de medische basiskennis. Als je deze vakken succesvol afrondt, voldoe je aan de eisen van zorgverzekeraars.

Je volgt anatomie en fysiologie in het eerste en tweede jaar. Jouw doel: weten wat een normale gezonde situatie is. Zodat je dat wat afwijkend (pathologisch) is, beter kunt herkennen. 

Daarbij kun je de belangrijkste anatomische structuren van het menselijk lichaam in medische terminologie beschrijven.

Met anatomie en fysiologie leer je:

  • medische literatuur te lezen en te begrijpen.
  • medische informatie van reguliere (huis)artsen en specialisten te lezen en te interpreteren (zoals röntgenverslagen en laboratoriumuitslagen).
  • patiënten, collega’s en reguliere (para)medici inzicht te geven in de medische situatie van de patiënt en hierover verslag uit te brengen. 

Docent: Toine Korthout.

Vanaf het einde van het eerste jaar start je met pathologie. Jij weet straks precies wat je kunt verwachten bij een bepaald ziektebeeld of pathologische situatie in het lichaam of de geest. 

Met pathologie en psychopathologie leer je: symptomen en verschijnselen te herkennen die kunnen wijzen op medisch risicodragende situaties. Zodat je weet dat het:

  • typisch of juist niet-typisch is voor het ziektebeeld.
  • acuut of juist niet-acuut is.
  • directe behandeling nodig heeft of niet. 
  • ‘niet pluis’ is (en dus noodzakelijk om door te sturen naar de reguliere gezondheidszorg), óf juist ‘wel pluis’ is (zelf te behandelen, niet noodzakelijk om door te sturen). 
  • pathologie is om te bespreken met patiënten, (para)medici, collega-therapeuten en andere disciplines.

Docent: Toine Korthout.

Natuurgeneeskunde vakken

Ontdek de vakken specifiek voor de opleiding Natuurgeneeskunde.

Natuurgeneeskundige methodiek is dé basis van jouw opleiding. Het zorgt ervoor dat je de vakken met elkaar kunt verbinden: theoretisch en praktisch. 

Alle vakken die je volgt zijn gestoeld op deze methodiek. Zo heb jij alle kwaliteiten in huis om een goede natuurgeneeskundige therapeut te worden.

Met natuurgeneeskundige methodiek leer je:

  • een passend behandelplan te maken dat helemaal aansluit bij de patiënt en de hulpvraag. 
  • holistisch te werken: je onderzoekt het grotere geheel. Dus: wat zit erachter (onderliggende oorzaken) en hoe komt je patiënt weer in balans? Je gebruikt hierbij het eeuwenoude systeem van de vier natuurkwaliteiten, vertaald naar het nu: warm, koud, droog en vocht. 

Docenten: Marlous de Klerk en Mirjam Blok.

Bijzonder: fytotherapie is al eeuwenoud en nog steeds ontzettend goed toepasbaar in de 21e eeuw. Dankzij fytotherapie hebben kruiden straks geen geheimen meer voor jou. Je leert therapeutisch te werken met deze kruiden om patiënten te kunnen helpen.

Fytotherapie wordt gekoppeld aan het werken met de vier natuurkwaliteiten. Zo kun je uiteindelijk heel specifiek een recept uitschrijven voor elke gezondheidsklacht.

Met fytotherapie leer je:

  • alles over kruiden die je therapeutisch kunt inzetten en in welke situaties je deze kunt gebruiken. 
  • praktisch te werken met kruiden door onder meer tincturen (alcoholische oplossingen) en theeën samen te stellen. 
  • contact te maken met de aard van kruiden en deze in het wild te herkennen.

Docenten: Marlous de Klerk, Mark van der Galiën en Anna Hoekstra-Bernhardt (gastlessen).

Bij voedingstherapie ontdek je alle ins en outs van gezonde voeding en leer je hoe je voeding kunt inzetten bij specifieke klachten. Je weet straks precies waarom voedingsgedrag belangrijk is én hoe je dit gedrag bij patiënten kunt optimaliseren. 

In de lessen nemen we voedingsmiddelen mee en je oefent de lesstof actief met elkaar. Praktijkervaring opdoen: daar draait het om. Met voedingstherapie leer je:

  • alles over natuurvoeding, macronutriënten (eiwitten, koolhydraten, vetten) vitaminen / mineralen, zoetmiddelen, belastende stoffen en nog veel meer.
  • hoe je orgaansystemen kunt versterken én ontlasten dankzij de juiste voeding. Je gaat hierbij uit van de vier natuurkwaliteiten.
  • een voedingsanamnese (consult) af te nemen.
  • de natuurgeneeskundige diagnose methodisch te vertalen naar een individueel voedingsbehandelplan. 
  • je patiënt aanzetten tot een meer vitale en gezonde leefstijl.

Docent: Mark van der Galiën.

Het lichaam geeft je veel informatie. Hoe je hiernaar kunt kijken en deze extra informatie kunt gebruiken om een behandelplan te maken? Dat leer je bij lichaamsgerichte therapieën. 

Wat daarbij ook zeker aan bod komt is de diagnostiek van het gelaat, de buik, de lichaamshouding en de huid (zoals reflexzones op de rug). 

Met lichaamsgerichte therapieën leer je: verschillende technieken en therapieën in te zetten tijdens een natuurgeneeskundige behandeling. Zoals massage, cupping, leemtherapie, hydrotherapie, pakkingen / kompressen, natuurgeneeskundige EHBO en ademhalings- en ontspanningsoefeningen.

Docenten: Mirjam Blok en Dirk Verhappen.

Irisdiagnose is een belangrijke methodiek. De iris weerspiegelt het hele wezen van de mens, lichamelijk en psychisch. Om de verschillende ‘signalen’ in het oog te duiden, combineren we de Duitse school Deck en Broy (meer fysiekgericht) met de Australische school van Dorothy Hall (meer persoonsgericht). 

Zo ben jij straks in de staat om de achtergrond van klachten en ziekten te herkennen.

Met irisdiagnose leer je:

  • via de iris te kijken naar de opnamecapaciteit van het lichaam, de gevolgen hiervan en de mogelijkheden die er zijn om goed te kunnen functioneren. Dat is heel belangrijk wanneer je een therapie start. Wat en hoeveel kan de patiënt hanteren? 
  • de informatie uit de iris te combineren met de anamnese (consult). Dit zorgt voor een totaalbeeld: op lichamelijk én psychisch vlak. Zo kun je de juiste therapie samenstellen met fytotherapie, voeding, leefstijl, lichaamsgerichte therapie en / of Bachbloesem-remedies.

Docenten: Lucia van de Bogert en Natasha Eikenhorst.

Wil jij anderen helpen met de bloesems van dr. Edward Bach? Hij is de grondlegger van de Bachbloesem-therapie en ontwikkelde 38 remedies uit bloesems van verschillende planten. 

Elke bloesem staat voor een bepaalde gemoedstoestand. Denk aan angst, overbezorgdheid en eenzaamheid. Dr. Bach’s perspectief was dat deze gemoedstoestanden de eigenlijke oorzaken van ziekte zijn. 

Door de bloesems aan een patiënt te geven, kan je een negatieve gemoedstoestand ombuigen naar een positieve stemming of zelfs een kracht. De remedies zijn daarmee een belangrijk onderdeel van een natuurgeneeskundige behandeling.

Met Bachbloesem-therapie leer je:

  • de remedies kennen en de gemoedstoestanden in relatie met de lichamelijke gesteldheid van de patiënt uit te vragen. 
  • bloesemremedies voor jezelf en anderen te maken.
  • de juiste bloesemremedies in te zetten en een individueel recept met Bachbloesems samen te stellen.

Docent: Anna Hoekstra-Bernhardt.

Jezelf ontwikkelen als therapeut en als mens: hét doel van therapeutische houding en vaardigheden. Interactief leren in de groep staat centraal: veel oefenen en daarop reflecteren. Je krijgt hierbij hulp van reflectie- en leermodellen, psychologie, lichaamsbewustzijn en mindfulness.

Elk opleidingsjaar heeft een andere invalshoek:

  • Het eerste jaar: je gaat waarnemen en observeren en leert hoe je een gesprek voert met een patiënt. 
  • Het tweede jaar: je werkt aan bewustwording: wat gebeurt er met jou? Hoe blijf je in een gesprek in verbinding zonder jezelf te verliezen? Waar liggen je kracht en ontwikkelpunten?
  • Het derde en vierde jaar: aan de slag met cliëntgerichtheid! Je leert een therapeutische relatie op te bouwen met je patiënten, een behandelplan te maken en therapeutisch te handelen.

Verder werk je aan reflectie op jouw eigen handelen in het therapeutisch proces. Ook leer je om vanuit de vier natuurkwaliteiten op een bredere manier te kijken naar je patiënt en de klachten.

Docenten: Mark van der Galiën en Marlous de Klerk.