Inhoud, opbouw en opzet van de training Pathologie in beeld

Het menselijk orgaan vormt een wereld op zich en functioneert op een autonome en specifieke wijze binnen het geheel van het menselijk organisme. Organen(-pathologie) tonen zich in tekenen en symptomen. Wetenschappelijk is er genoeg te melden omtrent de fysiologische werking van een betreffende orgaan. De training beeldpathologie heeft tot doel om je kennis te laten maken met de zogenoemde oerfenomenen van bijvoorbeeld het hart, de nieren, de lever en de longen. Deze sprekende en voor het orgaan karakteristieke symptomen plaatst de orgaanfunctie binnen het totale functioneren van een mens, zowel lichamelijk als psychisch. Waarom hebben we een hartslag in plaats van een efficiënter denkbaar peristaltisch hart? De polsslag kan opnieuw tot een spreekbuis worden, waarin iemands totale levensgevoel zich uitspreekt. ‘De persoon zien’, wordt je professionele verdienste in de beoordeling van bijvoorbeeld de verdeling van het bloed over het vaatbed.

Met begrippelijke en feitelijke kennis als vertrekpunt worden de functies van het orgaan tot een beeld omgesmeed.’Diagnose stellen’ wordt ‘de diagnose zien’, ‘de persoon doorzien’, aan de hand van scherp waargenomen en in samenhang begrepen oerfenomenen.

De opbouw van de training

De training wordt opgebouwd in vijf dagdelen van gemiddeld drie uur. Deze vijf dagdelen vormen evenzoveel specifieke fasen en of stappen in het beeldvormingsproces die later in kortere tijd in je eigen praktijk navolgbaar blijken.

Fase 1: In deze fase worden oerfenomenen grondig uitgepakt middels voorhanden feitenmateriaal en beeldmateriaal.

Fase 2: Om al deze gegevens ook werkelijk met elkaar in verband te kunnen brengen, worden ze vervolgens systeemdynamisch uitgewerkt in een samenhangend beeldveld. Hiervoor hebben we met het ‘beeld-dia-gram’ een unieke methode beschikbaar. Zodoende kan je trefzeker toetsen of je in staat bent een ‘beeld-dia-gnose’ te vormen. De specifieke dynamische functies van het betreffende orgaan worden zo gevisualiseerd dat het openbarende en toepasbare  kennis wordt voor de therapeut.

Fase 3: In meerdere en of mindere mate, afhankelijk van het orgaan, ga je als cursist op zoek naar zintuiglijke uitdrukkingsvormen. Twee aan twee verricht je met en aan elkaar onderzoek. Alle waarnemingen worden fenomenologisch onderzocht tot er een ‘volledig symptoom’ ontstaat. De waarnemingen worden al doende gerelateerd aan de oerfenomenen van het betreffende orgaan.

Fase 4: Aangezien we in de groep met en aan elkaar werken kunnen significante fenomenen om een nader onderzoek vragen. We benutten deze fenomenen als gegevens om te toetsen of je in staat bent een kritische en inzichtelijke beelddiagnose te stellen. Indien geen actuele inbreng voorhanden is, kan je als deelnemer eigen casuïstiek inbrengen dan wel wordt er relevante casuïstiek aangeleverd door de trainers.

Fase 5: In een afrondende fase gaan we het betreffende orgaan uitspelen, door letterlijk aan de hand van zeer bepaalde symptomen en of functies deze in de ruimte op te stellen door middel van het dynagram als instrument. Als deelnemer wordt je uitgenodigd je in te leven in een specifieke functie, deze te doorvoelen om vervolgens een plaats in het dynagram op te zoeken waar je je thuis voelt. Vervolgens gaan we deze orgaanopstelling met elkaar uitwerken. Pathologie wordt herkenbaar als slechts modificaties van de gezonde processen die in de oerfenomenen tot uitdrukking komen.

De opzet van de training

De trainers zijn van zins om een trainingscyclus op te zetten waarin elke keer een orgaan centraal komt te staan in een tweedaagse training, elke keer op donderdags en vrijdags, 5 dagdelen. In de eerste tweedaagse starten we met het hart. Vervolgens werken we achtereenvolgens de nieren, de lever en de longen uit. Dit met name om deze organen ook in het verband met de in de antroposofische geneeskunde geëxpliciteerde wezensdelen grondig te kunnen uitwerken. Vervolgens, afhankelijk van ingebrachte praktijksituaties, kunnen we aandacht besteden aan andere orgaanstelsels zoals de darmen en of het lymfestelsel. Wat we ook uitwerken het uitgangspunt blijft dat we elk orgaan in relatie brengen met onze authentiek en in samenhangen levende individuele patiënt. Elke tweedaagse kent een maximaal aantal deelnemers, indien er meer trainees zich intekenen kan het betreffende orgaan in een volgende tweedaagse herhaald worden.

De training sluit aan bij de klassiek homeopathische en natuurgeneeskundige praktijk. Zij kan ook ondersteunend werken voor therapeuten die niet op het medisch vlak werkzaam zijn, maar desondanks lichamelijke symptomen willen leren verstaan. Een bereidheid om regulier medische kennis te willen integreren is dan evenwel gewenst.