Structuur van het onderwijs

De HvNA verzorgt een 5-jarige deeltijd beroepsopleiding, 31 zaterdagen jaarlijks, die bestaat uit een:

  • 2-jarige propaedeuse;
  • 3-jarige specialisatie in natuurgeneeskunde of klassieke homeopathie.

Toelatingscriteria

Als richtlijn geldt:

  • Diploma HAVO of gelijkwaardig (bij voorkeur) met biologie en scheikunde;
  • Diploma VWO (bij voorkeur) met biologie en scheikunde;
  • Eerdere HBO-opleiding/MBO-opleiding

Er is een module scheikunde voor zelfstudie beschikbaar. Passieve kennis van de Engelse en Duitse taal is een pré, aangezien er incidenteel gebruik gemaakt wordt van Engels- of Duitstalige literatuur.

De mogelijkheid van toelating kan eventueel besproken worden in een intakegesprek, waarbij de volgende punten aan de orde komen:

  • Genoten vooropleiding;
  • Opgedane ervaring;
  • Motivatie.

Opbouw van de opleiding

  • In het eerste jaar van de opleiding staat de objectieve waarneming vanuit de eigen levensbiografie van de student centraal. De student leert zuiver waar te nemen.
  • In het tweede leerjaar leert de student te ordenen.
  • In het derde jaar komt de relatie met de patiënt in beeld.
  • In het vierde jaar leert de student de relatie tussen alle vakken en het toekomstig beroep te zien.
  • In het vijfde jaar kan de student zijn eigen weg bepalen. Hij leert alle feitenkennis, behandelmethodes en symptoombeelden (fenomenen) te integreren en beroepsmatig uit te voeren.

2-jarige propaedeuse: opbouw en inhoud

In de propaedeuse wordt de basis gelegd in de regulier medische basiskennis, natuurgeneeskunde en klassieke homeopathie. Aan bod komen:

  • Medische basiskennis:
  • Anatomie/fysiologie, anatomie in vivo, pathologie, fysische diagnostiek, medische terminologie;
  • Therapeutische ontwikkeling:
  • Persoonlijke ontwikkeling vanuit de filosofie en psychologie, het leren denken in beelden en begrippen d.m.v. het diagram;
  • Inleiding en fenomenologie;
  • Voeding;
  • Inleiding in de diverse niet reguliere geneeswijzen;
  • Organisatie van de gezondheidszorg;
  • Basiskennis culturele antropologie;
  • Basiskennis natuurgeneeskunde met o.a.: filosofie, humoraalpathologie, psychosomatiek, Mayrdiagnostiek, irisdiagnose, fytotherapie, Bachbloesemtherapie, Schüszler-zouten, hydrotherapie, (voet)reflexologie, massagevormen.
  • Basiskennis Klassieke homeopathie met o.a.: Filosofie (Hahnemann en moderne zienswijzen) materia medica (geneesmiddelbeelden), repertorisatie, oriëntatie op eigen ziektebiografie.
  • Oriënterende stage vanaf het 2e jaar in een natuurgeneeskundige en een klassiek homeopatische praktijk.

NB: Aan het einde van het tweede jaar houdt de student een gesprek met beide docenten therapeutische vorming en met een docent natuurgeneeskunde en klassiek homeopathie om de keuze van zijn specialisatie kenbaar te maken en te beargumenteren.

3-jarige specialisatie: opbouw en inhoud

Voor beide specialisaties geldt het volgende:

  • Therapeutische ontwikkeling: Persoonlijke ontwikkeling vanuit de filosofie en psychologie, het leren denken in beelden en begrippen d.m.v. het diagram, relationele vaardigheden;
  • Integratie culturele antropologie;
  • Vervolg/integratie medische vakken: Functionele anatomie, anatomie in vivo, (psycho)pathologie, farmacologie, fysische diagnostiek;
  • Medische ethiek;
  • Gezondheidsrecht;
  • Praktijkvoering;
  • Stages in het 3e en 4e collegejaar in een praktijk van de beroepskeuze;
  • Scriptie en eindstageverslag in het 5e jaar;
  • Schriftelijk en mondeling eindexamen 5e jaar.

Voor de specialisatie natuurgeneeskunde komt daarbij:

  • Mayr-diagnostiek, Schröpfen, hydrotherapie, irisdiagnose, massagevormen/reflexologie, specifieke problematiek;
  • Fytotherapie, receptuur en bereiding (fyto)preparaten;
  • Voeding;
  • Beroepsgerichte anamnesetechnieken;
  • Methodologie/rapportage natuurgeneeskundige praktijk;
  • Praktijkvoering

Voor de specialisatie klassieke homeopathie komt daarbij:

  • Verdieping/toepassing filosofie en klassiek homeopathische behandeling:
  • Waarnemingsoefeningen, beeldvorming, diagnose, repertorisatie, analyse, materia medica, miasmaleer, specifieke problematiek, geneesmiddelbereiding en - prooving, potentiekeuze, de constitutionele behandeling, interactie met reguliere medicatie.
  • Beroepsgerichte anamnesetechnieken:
  • Methodologie/rapportage klassiek homeopathische praktijk, intervisieprotocollen, doorverwijzing;
  • Praktijkvoering.