Praktijkervaring

De praktijkervaring wordt dor de studenten opgedaan op drie manieren:

  • Praktijkopdrachten voortkomend uit de thuisopdrachten;
  • Praktijkdagen (oefenen vaardigheden) op een externe locatie met overnachting;
  • Veldwerkdagen;
  • Drie stageperiodes in een natuurgeneeskundige of klassiek homeopatische praktijk. De HvNA heeft de beschikking over zo'n 80 Opent interne link in huidig vensterstagegevers.

De student gaat in het tweede jaar een keuze maken welke specialisatie hij wil doen. Daarom loopt hij in dit jaar in beide specialismen een oriënterende stage. De tweede en derde stage vinden plaats in het derde en vierde jaar van de opleiding in een natuurgeneeskundige of klassiek homeopatische praktijk. De student leert eerst onder begeleiding en later meer en meer zelfstandig onder leiding van de stagegever het beroep uit te oefenen. De student overlegt de stageplaatsen met de stagecoördinator en hij wordt tijdens de stageperiodes door zowel de therapeut als de stagecoördinator begeleid.

Na het afsluiten van een stageperiode wordt door de student een verslag gemaakt. De oriënterende stage wordt niet beoordeeld door de stagegever maar door de stagecoördinator, de tweede en derde stage daarentegen worden wel door de stagegever beoordeeld.

De HvNA draagt geen verantwoording voor de behandeling van patiënten, die studenten tijdens de opleiding uitvoeren. Tijdens de opleiding wordt de student geacht alleen onder supervisie van de docent opdrachten uit te voeren en zijn bevindingen te rapporteren aan de docent.

De student behandelt niet zelfstandig, schrijft geen geneesmiddelen voor, maar oefent zich in het behandelen van patiënten. In de 3e stage behandelt de student onder supervisie.

Studiegroepen

De HvNA heeft verplichte studiegroepen ingesteld. Dit houdt in dat studenten aan het begin van de opleiding zich formeren in studiegroepen van ongeveer 6 personen. (De ligging van de woonplaatsen kan hierbij een leidraad zijn) Het doel van de studiegroepen is de student de gelegenheid te geven buiten de collegedagen, samen met medestudenten te studeren, casuïstiek uit te werken, gegevens uit te wisselen en tijdens collegedagen bepaalde opdrachten uit te voeren.

Daarnaast bieden deze werkgroepen als voorbereiding op de beroepsuitoefening en de samenwerking met de eigen beroepsgroep, na diplomering, de mogelijkheid tot intervisie. Als bijkomend voordeel levert het de student meer betrokkenheid en verbondenheid op met medestudenten van zijn studiejaar. De aard van de opleiding, parttime en alleen op zaterdag een collegedag, kan anders tot een te grote afstandelijkheid en individualiteit leiden, die het groepsproces niet ten goede komt.