Beeldende geneeskunst: Inleiding

Een nieuw traject

Het traject “Beeldende geneeskunst” is ontworpen met als doel de geneeskunde te verruimen en te verrijken tot geneeskunst. Dit geldt niet alleen de reguliere zorg, maar evenzeer voor de “alternatieve” c.q. ”complementaire” zorg.

Het traject “Beeldende geneeskunst” is te zien als een voortzetting van de beroepsopleidingen natuurgeneeskunde en homeopathie in engere zin en voor de gezondheidszorg in ruimere zin. De beroepsopleiding is immers de basis. Natuurlijk zal voor de studenten van de HvNA een aantal onderwerpen vertrouwt voorkomen en er leefde steeds vaker de wens dat bepaalde vakken ruimer aan bod konden komen, vooral in praktisch oefenende zin.

Als het voorgaande de suggestie zou wekken dat het traject “Beeldende geneeskunst” alleen geschikt zou zijn voor afgestudeerde studenten van de HvNA. Niettemin is het traject “Beeldende geneeskunde”zeer goed te zien als een in zichzelf besloten geheel dat ook te volgen is zonder de voorkennis die we hiervoor vermeldden.

Genezen; kunst en kunde

Genezen vraagt veel kennis, inzicht en vaardigheid. Dat tezamen vormt de kundigheid van de therapeut. Maar dat alles heeft op zichzelf geen hart. Daar waar het hart van de therapeut betrokken raakt bij zijn geneeskunde wordt zij tot kunst.

Uitgangspunten

In onze opleiding en vaak ook daarna kunnen we wellicht een tijd lang de werkelijkheid van het bestaan, ziekte, levensproblemen op een afstand houden. De praktijk confronteert ons echter dagelijks met patiënten als levende werkelijkheid, die middels methoden, technieken en theorieën vaak op een afstand gehouden worden, omdat zij anders tot onmacht en hulpeloosheid leiden. Ons uitgangspunt is dat die bestaanswerkelijkheid als levende ervaring ons tevens de mogelijkheid biedt tot een existentieel contact met de patiënt en onszelf. Dat brengt ons op ons tweede uitgangspunt; de mens staat centraal. Ziekte, verwonding, levensproblemen staan niet los van de mens als zodanig en kunnen ook niet los daarvan tot genezing komen. Dit uitgangspunt zouden we humanistisch kunnen noemen. Het centraal staan van de mens in ziekte en gezondheid, d.w.z. in zijn bestaan houdt dan ook in dat we humane methoden dienen te gebruiken, d.w.z. methoden die passen bij de aard van de mens. Deze methode menen wij gevonden te hebben in de fenomenologie.

Aard van de opleiding

Het is wellicht hier ook de plaats om iets te vertellen over de aard en doelstelling van het traject “beeldende geneeskunst”.

Voor de meeste mensen die een beroepsopleiding in de gezondheidszorg gevolgd hebben is het zo dat na verloop van tijd de behoefte ontstaat naar bij of nascholing. Dat is een natuurlijk gegeven in een “education permanente”. Die honger of behoefte kan zich vertalen in een verruimen van je eigen mogelijkheden ten aanzien van het vak dat je geleerd hebt. Deze wijze van leren, die meer toevoegt aan je kennis of kunde zou je de horizontale benadering kunnen noemen. Je zou ook kunnen zeggen dat je gereedschapskist daardoor voller en rijker wordt.

Er is echter ook een andere benadering van het begrip “education permanente” en wel als verdieping. Deze benadering zouden we de verticale benadering kunnen noemen. Hier leert men niet zozeer nieuwe dingen t.a.v. je vak, maar gaat het er eerder om hoe jouw persoon en de persoon van de patiënt zich verhoudt tot je vak. Deze twee aspecten samen maken dat we spreken over het beroep. Je beroep is meer dan je vak. De praktijk van het beroepsonderwijs laat zien dat de meeste studenten gericht zijn op het vak. Het is de praktijk die je wakker maakt voor je beroep, omdat de praktijk je nieuwe vragen laat stellen. Daardoor zou het traject van de “Beeldende geneeskunde” gekarakteriseerd kunnen worden als een vorm van beroepsbegeleidend onderwijs. Enigszins poëtisch kan dat uitgedrukt worden als het begeleiden van een verborgen roep.

Relatie met de HvNA

Het traject “Beeldgeneeskunde” wordt gestart onder auspiciën van de HvNA. Dat zou kunnen suggereren dat er een samenhang is met het curriculum van de beroepsopleidingen die de HvNA verzorgd. Dat is in zekere zin zo als we in aanmerking nemen dat een aantal elementen uit het traject in de beroepsopleiding geďntroduceerd worden. Het is echter gebleken dat een meer volledige uitwerking binnen het kader van de beroepsopleiding enerzijds teveel tijd zou nemen en anderzijds voor de student nog niet op zijn plaats zou zijn. Men tracht immers allereerst het vak onder de knie te krijgen voordat de ruimere beroepsaspecten aan bod kunnen komen. Veel studenten vonden dat jammer. Welnu, voor hen is er nu de mogelijkheid werkvelden als fenomenologie, wezensdelenpathologie, begeleiden van beeldlichaamsprocessen en werken met het diagram als beeldvoertuig/werktuig uitgebreid te bestuderen en te trainen.

Hoewel het dus voor een aantal mensen een voortgezette opleiding zou betekenen,is het traject “Beeldgeneeskunde” ook een opleiding op zichzelf. Dat betekent dat ook therapeuten die elders een beroepsopleiding, regulier dan wel complementair gevolgd hebben, kunnen inschrijven.